ECLI:NL:RBSGR:2010:BL4399
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring met schorsing besluiten
Verzoeker is ongewenst verklaard bij besluit van 24 mei 2007 en heeft hiertegen bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 28 oktober 2009 ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank en vroeg om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zijn opvang wordt beëindigd en de strafrechtelijke gevolgen van de ongewenstverklaring worden geschorst.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang en dat een voorlopig rechtmatigheidsoordeel achterwege blijft vanwege de complexiteit van de bodemprocedure en de verwijzing naar de meervoudige kamer. Daarom wordt een belangenafweging gemaakt waarbij het belang van verzoeker om niet uitgezet te worden en de gevolgen van beëindiging opvang en strafbaarheid zwaarder wegen dan het belang van verweerder bij handhaving van het besluit.
Belangrijk is dat verzoeker sinds zijn binnenkomst in Nederland geen strafbare feiten heeft gepleegd en dat hij aannemelijk heeft gemaakt dat terugkeer naar Afghanistan een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt. Daarom worden het bestreden besluit en het besluit in primo geschorst. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de besluiten tot ongewenstverklaring worden geschorst.