ECLI:NL:RBSGR:2010:BL4403
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beslissing op beroep en voorlopige voorziening tegen verlenging tijdelijk huisverbod
In deze zaak stond de vraag centraal of de verlenging van een tijdelijk huisverbod conform de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) rechtmatig was. Verzoeker was uit de woning van zijn moeder geplaatst en betwistte de verlenging van het huisverbod, mede omdat hij niet meer op het adres van de woning stond ingeschreven. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet vereist is dat de uithuisgeplaatste op het adres staat ingeschreven, maar dat het gaat om de woning waar hij feitelijk woont.
Verzoeker verbleef tijdelijk elders en wenste terug te keren naar de woning van zijn moeder. De voorzieningenrechter stelde vast dat de burgemeester het huisverbod mocht verlengen omdat de dreiging van gevaar voor medebewoners voortduurde. Tevens werd geoordeeld dat er geen sprake was van misbruik van bevoegdheid (détournement de pouvoir) door de burgemeester, aangezien het huisverbod bedoeld is om een afkoelingsperiode te creëren en hulpverlening mogelijk te maken.
De voorzieningenrechter vond dat er geen noodzaak was voor nader onderzoek en dat de verlenging van het huisverbod binnen de wettelijke kaders viel. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak werd mondeling gedaan op 20 januari 2010 en is openbaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van het tijdelijk huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.