ECLI:NL:RBSGR:2010:BL6976
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Poustochkine
- Van Delden
- Meijers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs moord op ex-vrouw door onzekerheid tijdstip overlijden
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk doden van zijn ex-vrouw op of omstreeks 24 januari 2008. Ondanks ernstige verdenkingen en vragen over het gedrag van verdachte voorafgaand aan het overlijden, was het tijdstip van overlijden onzeker en kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat verdachte het feit had gepleegd.
Het bewijs omvatte getuigenverklaringen, forensische rapporten en telecomgegevens. De schouwarts kon het tijdstip van overlijden slechts schatten rond 13.00 uur, met een marge van enkele uren eerder, waardoor verdachte met een alibi vanaf circa 08.05 uur niet als dader kon worden uitgesloten. Er was geen technisch forensisch bewijs dat verdachte als dader aanwees.
De verdediging voerde ook verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het OM, waaronder overschrijding van de redelijke termijn en onrechtmatige druk tijdens verhoren, maar de rechtbank verwierp deze. Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij.
De uitspraak benadrukt het belang van een nauwkeurige tijdsbepaling en technisch bewijs in zware strafzaken, waarbij twijfel leidt tot vrijspraak volgens het legaliteitsbeginsel en het vermoeden van onschuld.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en onzekerheid over het tijdstip van overlijden.