ECLI:NL:RBSGR:2010:BL7337
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige indiening gronden
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van een verblijfsvergunning en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. De gronden van dit verzoek moesten volgens de procesregeling vóór 12:00 uur op de dag voorafgaand aan de zitting bij de vreemdelingenkamer zijn ontvangen.
De gronden werden echter per abuis naar het faxnummer van de rechtbank Amsterdam, sector kanton, gezonden, een onbevoegde instantie zonder doorzendplicht. Verzoeker stelde zich op het standpunt dat de gronden tijdig waren ingediend op grond van de doorzendplicht van artikel 6:15 Awb Pro en dat de rechtbank als één ondeelbare organisatie moet worden gezien.
De voorzieningenrechter verwierp deze stellingen. Artikel 6:15 Awb Pro is niet van toepassing omdat het verzoek al bij de bevoegde instantie lag en het ging om toezending van gronden, niet om het indienen van een rechtsmiddel. Ook is de rechtbank formeel niet één ondeelbare organisatie en het accepteren van dat standpunt zou de doelstelling van de termijnregeling ondermijnen. Het verzuim van verzoeker is niet verschoonbaar, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van de gronden.