ECLI:NL:RBSGR:2010:BL7339
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Cuba
Eiser, een Cubaanse vreemdeling, verblijft sinds 2003 in Nederland en is ongewenst verklaard vanwege criminele antecedenten. De vreemdelingenbewaring is ingesteld met het oog op uitzetting naar Cuba. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 is voor Cubanen die langer dan elf maanden zonder toestemming buiten Cuba verblijven een inreisvisum vereist om terug te keren, ongeacht het bezit van een geldig paspoort.
Verweerder heeft meerdere aanvragen voor een inreisvisum ingediend bij de Cubaanse autoriteiten, maar tot op heden is geen reactie ontvangen en is er geen zicht op verstrekking binnen een redelijke termijn. Een eerdere poging tot uitzetting in december 2007 mislukte vanwege het ontbreken van een inreisvisum.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn betekent dat de vreemdelingenbewaring niet langer gerechtvaardigd is. Daarom wordt de bewaring met onmiddellijke ingang opgeheven. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat de bewaring tot dat moment niet onrechtmatig was. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.