ECLI:NL:RBSGR:2010:BL7902
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M. Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wegens rechtmatige vervangende hechtenis
Eiser is veroordeeld tot een werkstraf en een schadevergoedingsmaatregel, te vervangen door 110 dagen hechtenis. Na onherroepelijkheid van het vonnis droeg het openbaar ministerie de tenuitvoerlegging over aan het CJIB. Eiser vordert onmiddellijke invrijheidstelling en schadevergoeding wegens onrechtmatige detentie, stellende dat het CJIB onvoldoende inspanningen heeft verricht om betaling te verkrijgen en hem niet schriftelijk heeft gewaarschuwd.
De voorzieningenrechter overweegt dat het CJIB ruime beleidsvrijheid heeft en slechts marginaal kan worden getoetst. Het CJIB heeft gehandeld conform de Aanwijzing, waarbij veroordeelden zonder bekend GBA-adres worden opgenomen in het opsporingsregister. Eiser had geen vaste woon- of verblijfplaats in de GBA en het CJIB kon niet vertrouwen op het door eiser opgegeven adres, mede omdat eiser niet reageerde op eerdere aanmaningen.
Het beroep op een toezegging tot intrekking van het bevel vervangende hechtenis is niet aannemelijk. Ook het argument dat het CJIB de mogelijkheid van verhaal op een in beslag genomen auto had moeten onderzoeken, faalt omdat de auto was bestemd voor een ontnemingsmaatregel. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen omdat het CJIB rechtmatig heeft gehandeld.