ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8010
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar China
Eiser werd op 13 februari 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege onduidelijkheid over zijn identiteit en het ontbreken van zicht op uitzetting naar China. Gedurende de procedure gaf eiser wisselende verklaringen over zijn identiteit, asielverleden en het bezit van een paspoort, wat de beoordeling van het zicht op uitzetting bemoeilijkte.
Verweerder vond op 25 februari 2010 een paspoort van eiser, waarna op 26 februari 2010 de bewaring werd opgeheven na een belangenafweging. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet eerder had moeten concluderen dat het zicht op uitzetting ontbrak, mede gezien de wisselende verklaringen van eiser en het feit dat nader onderzoek naar zijn identiteit en documenten noodzakelijk was.
De rechtbank achtte de inbewaringstelling en de duur van de bewaring tot 26 februari 2010 rechtmatig en wees het verzoek om schadevergoeding af. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee bevestigde de rechtbank de zorgvuldigheid van de overheid in de beoordeling van het zicht op uitzetting en de toepassing van de bewaring.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af omdat de vreemdelingenbewaring rechtmatig was tot 26 februari 2010.