ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8621
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepsmilitair maakt aanspraak op verlengingspremie na fout in toekenningsbesluit
Eiser, een beroepsmilitair met een aanstelling voor bepaalde tijd, maakte aanspraak op een premie vanwege verlenging van zijn aanstelling. In het verlengingsbesluit van 14 oktober 2004 werd abusievelijk een premie van €8.261 toegekend, terwijl het juiste bedrag €826 bedroeg. Eiser had eerder een premie van €11.350 ontvangen voor een eerdere verlenging en achtte het niet onwaarschijnlijk dat de premie voor de nieuwe verlenging ook hoog zou zijn. Hij vroeg bij de steller van het besluit, mevrouw B, na over de juistheid van het bedrag, maar deze bevestigde dit niet ondubbelzinnig.
Pas ruim drie jaar later corrigeerde verweerder het bedrag en betaalde het juiste bedrag uit. Eiser beriep zich op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel, stellende dat hij mocht vertrouwen op de aanvankelijke toekenning. De rechtbank oordeelde dat eiser zich niet op het vertrouwensbeginsel kon beroepen omdat hij de geldende regeling had kunnen inzien en het aanvankelijke bedrag evident onjuist was. Tevens was de late correctie niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, aangezien de aanspraak pas na afloop van de verlenging ontstond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af. De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen bevoegd zijn om fouten in besluiten te herstellen, mits dit niet in strijd is met rechtszekerheid of andere rechtsbeginselen.
Uitkomst: Het beroep van de beroepsmilitair tegen de correctie van de verlengingspremie wordt ongegrond verklaard.