ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8917
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van Pardonregeling wegens onderbreking verblijf
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de Pardonregeling, die vereist dat de vreemdeling sinds 1 april 2001 ononderbroken in Nederland heeft verbleven. Verweerder wees dit af omdat eiser aantoonbaar Nederland had verlaten met de intentie zich elders te vestigen en bovendien in Frankrijk was veroordeeld tot een gevangenisstraf.
De rechtbank oordeelde dat de beleidslijn van verweerder, waarbij een verblijf buiten Nederland langer dan twee weken wordt aangemerkt als intentie om zich elders te vestigen, niet kennelijk onredelijk is. Eiser had Nederland definitief verlaten en keerde terug nadat zijn vertrekpoging was gedwarsboomd, maar dit rechtvaardigde geen uitzondering op de beleidsregel.
De rechtbank vond het niet nodig te beoordelen of eiser een gevaar voor de openbare orde vormde. Ook het bezwaar van eiser dat hij op de peildatum in Nederland verbleef en geen burgemeestersverklaring had, bood geen grond voor een vergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning wordt geweigerd wegens onderbreking van het verblijf in Nederland.