ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9035
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing verzoek tot verblijf minderjarige na internationale kinderontvoering naar Nederland
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige die door de moeder zonder toestemming van de vader vanuit Polen naar Nederland was overgebracht. De ouders hadden gezamenlijk gezag over het kind en de moeder had geen overleg gepleegd met de vader.
De moeder voerde aan dat terugkeer naar Polen een ernstig risico voor het kind zou vormen wegens psychische mishandeling door de vader en een ondragelijke financiële situatie. De rechtbank oordeelde dat deze stellingen onvoldoende waren onderbouwd en dat de minderjarige geen angst voor zijn vader toonde.
De rechtbank stelde vast dat de overbrenging ongeoorloofd was volgens het Haagse Verdrag en dat geen weigeringsgrond van artikel 13 van Pro het Verdrag van toepassing was. Daarom werd de onmiddellijke terugkeer naar Polen gelast, gepland op 6 mei 2010, met een bevel tot afgifte van het kind aan de vader indien de moeder niet vrijwillig zou meewerken.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar Polen op 6 mei 2010.