ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9094
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.T.H. Zimmerman
- C.W.M. Giesen
- H.J. Fehmers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wegens poging tot moord
Eiser, van Turkse nationaliteit, kwam als minderjarige naar Nederland en kreeg in 2001 een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid. Na een veroordeling in 2007 wegens poging tot moord in 2006 werd zijn vergunning ingetrokken en werd hij ongewenst verklaard. Eiser voerde aan rechten te ontlenen aan Besluit 1/80, met name de artikelen 6, 7, 13 en 14, en stelde dat de intrekking en ongewenstverklaring in strijd waren met het EVRM.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen rechten kan ontlenen aan artikel 7 van Pro Besluit 1/80 omdat hij niet legaal bij een ouder heeft gewoond gedurende de vereiste periode. Ook de standstill-bepaling van artikel 13 is Pro niet van toepassing omdat er geen relevante aanscherping van het beleid is. Artikel 14 is Pro niet van toepassing omdat eiser geen rechten ontleent aan artikel 6 of Pro 7. De rechtbank volgt de belangenafweging van verweerder op grond van artikel 8 EVRM Pro en vindt de inmenging proportioneel gezien de ernst van het misdrijf en de beperkte familiebanden.
Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.