ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9521
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake vervangende toestemming afgifte paspoort minderjarige
De vrouw verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een reisdocument voor haar minderjarige kind, omdat de vader zijn toestemming bleef weigeren. De minderjarige verblijft met de vrouw in Suriname en heeft daar haar gewone verblijfplaats. De rechtbank onderzocht haar bevoegdheid op grond van artikel 5 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat bepaalt dat de Nederlandse rechter in zaken over ouderlijke verantwoordelijkheid geen rechtsmacht heeft als het kind zijn gewone verblijfplaats niet in Nederland heeft, tenzij sprake is van voldoende verbondenheid met de Nederlandse rechtssfeer.
De rechtbank concludeerde dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige buiten Nederland ligt en dat er onvoldoende verbondenheid is met de Nederlandse rechtsfeer om zich bevoegd te achten. Daarbij werd meegewogen dat niet is gesteld dat een effectieve rechtsingang bij de Surinaamse rechtbank ontbreekt. Ook het bezit van de Nederlandse nationaliteit door de vader of de minderjarige werd niet als voldoende aanknopingspunt gezien.
De rechtbank wees verder op het feit dat het verzoek feitelijk een gezagsgeschil betreft en dat de afgifte van een reisdocument uiteindelijk een beslissing is van de bevoegde autoriteiten. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te beslissen over het verzoek tot vervangende toestemming voor het afgeven van een paspoort aan de minderjarige.