ECLI:NL:RBSGR:2010:BM0558
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel na aardbeving Haïti wegens ontbreken individuele vervolgingsgrond
Verzoeker, van Haitiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na de aardbeving van 12 januari 2010, waarbij hij zijn huis verloor en slechte leefomstandigheden ondervond. Hij vluchtte via de Dominicaanse Republiek en Frankrijk naar Nederland. De Immigratie- en Naturalisatiedienst wees zijn aanvraag af omdat de aardbeving geen grond vormt voor bescherming onder artikel 3 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter stelt vast dat een natuurramp zoals een aardbeving een situatie is die alle inwoners treft en niet leidt tot individuele vervolgingsgronden. Verzoeker bracht geen omstandigheden naar voren die hem in een slechtere positie plaatsen dan anderen bij terugkeer. Jurisprudentie van het EHRM vereist individuele kenmerken of uitzonderlijk algemeen geweld, hetgeen hier niet aan de orde is.
Verzoekers beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De rechtbank oordeelt dat Nederland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag en dat er geen grond is voor uitstel van vertrek of overdracht aan Frankrijk. Er is geen aanleiding voor kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.