ECLI:NL:RBSGR:2010:BM0806
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.C. Punt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuurdersaansprakelijkheid voor achterstallige pensioenpremies ex artikel 23 Wet Bpf 2000
Eiser was statutair bestuurder van een holding die op haar beurt statutair bestuurder was van La Gare B.V., welke failliet werd verklaard. La Gare had niet volledig voldaan aan haar pensioenpremieverplichtingen over 2003, 2004, 2005 en 2006. De Stichting Pensioenfonds Horeca & Catering vorderde betaling van deze achterstallige premies van eiser als bestuurder op grond van artikel 23 Wet Pro Bpf 2000.
De Stichting vaardigde een dwangbevel uit dat aan eiser werd betekend, maar eiser kwam niet binnen de wettelijke termijn in verzet tegen dit dwangbevel. Hierdoor werd het dwangbevel onherroepelijk en een executoriale titel. Eiser betwistte zijn aansprakelijkheid en de hoogte van de vordering, met name de incassokosten.
De rechtbank oordeelt dat eiser zijn bestuurdersaansprakelijkheid niet meer inhoudelijk kan betwisten vanwege het ontbreken van tijdig verzet. Wel is de Stichting gehouden het bedrag van €1.031,90 aan executiekosten terug te betalen omdat zij dit onvoldoende heeft onderbouwd en het reglement niet heeft overgelegd. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst terugbetaling van onterecht berekende incassokosten toe en bevestigt het onherroepelijke karakter van het dwangbevel wegens ontbreken van tijdig verzet.