ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1962
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot opheffing uitvoerbaar bij voorraadverklaring verstekvonnis
In deze civiele zaak vorderden opposanten incidenteel de opheffing dan wel vervallenverklaring van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van een verstekvonnis. De procedure in eerste aanleg was nog niet afgerond, maar CityGis had reeds executoriaal beslag gelegd. Opposanten stelden dat het restitutierisico niet voor hun rekening mocht komen en dat de executie moest worden geschorst.
De rechtbank overwoog dat het verzet tegen een verstekvonnis de tenuitvoerlegging niet schorst en dat de wet geen uitdrukkelijke bevoegdheid geeft om die schorsing te herstellen. De rechtbank kwalificeerde de incidentele vordering als een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro en verklaarde opposanten ontvankelijk.
Echter, de rechtbank vond de stellingen over het restitutierisico onvoldoende onderbouwd en zag geen feiten of omstandigheden die duidden op misbruik van bevoegdheid door CityGis bij de executie. Opposanten hadden bovendien nagelaten een vordering tot zekerheidstelling in te stellen. Daarom wees de rechtbank de incidentele vordering af en veroordeelde opposanten in de kosten van het incident.
Tevens werd een comparitie van partijen bevolen om de verdere gang van zaken te bespreken en mogelijke schikkingsmogelijkheden te onderzoeken. De rechtbank hield verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering tot opheffing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring af en veroordeelt opposanten in de kosten.