ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2017
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tweede asielaanvraag Iraakse christen wegens ontbreken nieuwe feiten en geloofwaardigheid
Eiser, een Iraakse christen, diende een tweede asielaanvraag in nadat zijn eerste aanvraag in 2007 was afgewezen en deze afwijzing in 2009 door de bestuursrechter en Raad van State was bevestigd. Hij stelde dat de situatie voor christenen in Irak was verslechterd en dat hij als refugié sur place bescherming behoefde.
Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 4:6 Awb Pro omdat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die tot een andere beslissing konden leiden. De rechtbank oordeelde dat de overgelegde documenten, waaronder een identiteitskaart die als vals was bevonden, geen novum vormden. Ook werd het asielrelaas als ongeloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank overwoog dat het behoren tot een kwetsbare minderheidsgroep, zoals christenen in Irak, niet automatisch leidt tot een verblijfsvergunning zonder individuele indicaties. Het beroep op het continuïteitsvereiste voor refugié sur place en op de Definitierichtlijn werd verworpen wegens onvoldoende bewijs en het ontbreken van relevante rechtswijzigingen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de tweede asielaanvraag wegens ontbreken van nieuwe feiten en onvoldoende aannemelijkheid.