ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2383
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning minderjarige albino zonder geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseressen, waaronder een minderjarig albino kind, verzochten om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking "conform beschikking Minister". De aanvragen werden afgewezen omdat zij niet beschikten over geldige machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseressen voerden aan dat de medische omstandigheden van het kind, waaronder het risico op huidkanker en blindheid bij terugkeer naar Angola, een uitzondering op het mvv-vereiste rechtvaardigden. Tevens werd een beroep gedaan op diverse artikelen van het EVRM en het IVRK.
De rechtbank oordeelde dat medische en asielgerelateerde gronden, zoals bescherming tegen behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, niet in deze reguliere procedure kunnen worden betrokken. De rechtbank stelde dat verweerder terecht geen gebruik maakte van de hardheidsclausule van artikel 3.71, vierde lid, Vreemdelingenbesluit 2000, mede omdat medisch advies van het Bureau Medische Advisering niet tijdig was ingewonnen. Ook werd geoordeeld dat het beroep op discriminatie en andere internationale verdragsbepalingen niet tot directe rechten leidt in deze procedure.
Verder werd vastgesteld dat het onderscheid in behandeling tussen het minderjarige kind dat in Nederland is geboren en kinderen die zijn nagereisd gerechtvaardigd is. De rechtbank verwierp het beroep wegens overschrijding van de redelijke termijn omdat de totale procedureduur van vier jaar en vier maanden niet onredelijk was. De beroepen werden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten bleven in stand.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunningen blijft in stand.