ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2386
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting bewaring vreemdeling ondanks Mikolenko-verweer
De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen de voortzetting van zijn bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en beroept zich op de uitspraak van het EHRM in de zaak Mikolenko/Estland.
De rechtbank overweegt dat de rechtmatigheid van de bewaring als zodanig reeds is vastgesteld en nu alleen beoordeeld moet worden of voortzetting redelijk is. De vreemdeling weigert medewerking aan vertrekgesprekken en het invullen van laissez-passer aanvragen, wat het uitzettingsproces bemoeilijkt.
Verweerder toont aan dat er zicht is op uitzetting, met een lopende laissez-passer aanvraag bij Wit-Rusland en een geplande presentatie van de vreemdeling bij de autoriteiten. De rechtbank acht de belangenafweging in het voordeel van verweerder, mede vanwege de criminele antecedenten van de vreemdeling en zijn weigering tot medewerking.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af, omdat geen grond bestaat om de bewaring in strijd met de wet te achten of onredelijk te vinden.
Uitkomst: Het beroep tegen voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.