ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2541
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen huisverbod wegens dreiging huiselijk geweld
Op 5 april 2010 legde de burgemeester van 's-Gravenhage aan verzoeker een huisverbod op voor tien dagen wegens een incident op 4 april waarbij verzoeker met een mes in de hand richting zijn echtgenote en meerderjarige zoon liep, wat werd gezien als een dreiging van huiselijk geweld. Verzoeker stelde zich op het standpunt dat het huisverbod een te zwaar middel was en dat lichtere maatregelen volstonden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de ernst van het incident, bevestigd door verklaringen van de echtgenote, meerderjarige zoon en twee uitwonende zoons, en het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) het huisverbod rechtvaardigden. Ook de werkplaats/garage van verzoeker werd als onderdeel van de woning beschouwd, waardoor het huisverbod daarop eveneens van toepassing was.
Het beroep van verzoeker werd ongegrond verklaard omdat hij onvoldoende aannemelijk maakte dat het belang van terugkeer zwaarder woog dan de veiligheid van zijn gezin. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De voorzieningenrechter achtte het huisverbod proportioneel en niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro, gezien het belang van de veiligheid van de echtgenote en zoon.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.