ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2568
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- C.C. Dedel-van Walbeek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergelijkbaarheid geneesmiddelen bij vaststelling maximumprijs Buprenorphine-pleisters
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 februari 2010, waarin de maximumprijs voor de Buprenorphine-20 mg-pleister (Butrans 20 mcg/uur) is vastgesteld op €11,97 per stuk. Eiseres betoogt dat de prijsverlaging van circa 60% onterecht is omdat de minister ten onrechte BuTrans heeft geclusterd met Transtec 35 mcg/uur, een middel met dezelfde totale hoeveelheid werkzame stof maar een andere afgiftesnelheid per uur.
De kern van het geschil is de uitleg van het begrip 'sterkte' in de Wet geneesmiddelenprijzen (WGP). Verweerder stelt dat sterkte wordt bepaald door de hoeveelheid werkzame stof per doseringseenheid en niet door de afgiftesnelheid. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt en verwijst naar vaste rechtspraak dat het gaat om farmaceutische uitwisselbaarheid en niet om therapeutische uitwisselbaarheid.
De voorzieningenrechter overweegt dat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) de afgiftesnelheid als aanduiding van sterkte hanteert, maar dat dit een therapeutische precisering betreft en niet een andere invulling van het begrip sterkte voor de WGP. Omdat beide middelen 20 mg buprenorfine per pleister bevatten, zijn zij vergelijkbare geneesmiddelen in de zin van de WGP.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak bevestigt dat bij de vaststelling van maximumprijzen het criterium van hoeveelheid werkzame stof per doseringseenheid leidend is, ongeacht verschillen in afgiftesnelheid.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde maximumprijs voor BuTrans 20 mcg/uur wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.