ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2655
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.C. Dedel-van Walbeek
- Rechtspraak.nl
Weigering vestiging HBO-rechten opleiding in Amsterdam wegens ondoelmatige spreiding
Eiseres verzocht de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om toestemming voor het vestigen van een HBO-rechten opleiding in Amsterdam. De minister weigerde dit op grond van beleidscriteria die ondoelmatige spreiding van onderwijsvoorzieningen moeten voorkomen. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de minister werd afgewezen ondanks een positief advies van de Commissie voor de bezwaarschriften.
De rechtbank beoordeelde of de minister in redelijkheid kon weigeren. Vast stond dat het beleid in de regio Amsterdam gericht is op versterking van de kennisinfrastructuur, maar eiseres slaagde er niet in aan te tonen dat de nieuwe opleiding aantoonbaar bijdraagt aan een door de rijksoverheid erkende behoefte. Tevens kon zij niet aantonen dat de vestiging niet zou leiden tot bovenmatige nadelige effecten voor de benutting van bestaande capaciteit en infrastructuur.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het 'nee, tenzij'-principe toepaste, waarbij uitbreiding van het onderwijsaanbod slechts in uitzonderlijke gevallen wenselijk is. Het samenwerkingsverband met de Vrije Universiteit werd niet als bijzondere omstandigheid gezien die afwijkt van het beleid. De vrijheid van onderwijs werd niet geschonden doordat de minister op grond van doelmatigheidsoverwegingen toestemming weigerde. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de minister om in te stemmen met de vestiging van de HBO-rechten opleiding in Amsterdam is ongegrond verklaard.