ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3227
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onzorgvuldige beoordeling geloofwaardigheid
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door verweerder werd afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van zijn relaas en het ontbreken van reisdocumenten. De rechtbank oordeelt dat eiser zijn identiteit voldoende heeft onderbouwd, maar dat verweerder terecht aannam dat het ontbreken van reisdocumenten aan eiser kan worden toegerekend.
Het geschil spitst zich toe op de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas, waarbij eiser onder meer medische klachten en littekens aanvoert die het gevolg zijn van marteling. Eiser overlegt een rapport van een arts van de Medische Onderzoeksgroep van Amnesty International, dat de aanwezigheid van littekens en psychische klachten bevestigt en het verhaal van mishandeling ondersteunt.
De rechtbank stelt vast dat verweerder dit rapport niet adequaat heeft betrokken bij zijn oordeel en dat het beleid van de vreemdelingencirculaire voorschrijft dat bij dergelijke medische rapportages nader onderzoek dient te worden gedaan. De rechtbank verwijst naar het arrest van het EHRM in de zaak R.C. tegen Zweden, waarin wordt benadrukt dat de staat een onderzoeksplicht heeft bij aanwijzingen voor marteling.
Verder overweegt de rechtbank dat het niet kunnen herinneren van exacte details door eiser psychologisch verklaarbaar is en dat de tegenwerpingen van verweerder omtrent het militaire boekje en aangifte onvoldoende zijn om het besluit te dragen. Gelet hierop is het bestreden besluit onzorgvuldig en wordt het vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onzorgvuldige beoordeling van het geloofwaardigheidsonderzoek.