ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3358
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. van der Windt
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst na onregelmatige opzegging zonder misbruik van bevoegdheid
De werknemer was sinds 1992 in dienst bij Vierstroomzorgring en werd geconfronteerd met een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen in verband met een joint venture. Vierstroomzorgring vroeg toestemming aan het UWV om de arbeidsovereenkomst te beëindigen per 1 januari 2010, maar zei onregelmatig op, aangezien de opzegtermijn niet in acht werd genomen.
De werknemer startte een ontbindingsprocedure en stelde dat de onregelmatige opzegging bedoeld was om haar ontvankelijkheid in die procedure te blokkeren, wat misbruik van bevoegdheid zou zijn. De werkgever stelde dat de opzegging niet uitsluitend bedoeld was om de procedure te frustreren, maar om te voorkomen dat de werknemer door een overgang van onderneming bij de nieuwe werkgever in dienst zou treden.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst ondanks de onregelmatige opzegging per 1 januari 2010 was geëindigd en dat er onvoldoende bewijs was voor misbruik van bevoegdheid. De werknemer werd daarom niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot ontbinding. De kantonrechter zag geen reden om de overige stellingen te behandelen en sprak geen kostenveroordeling uit.
Uitkomst: Werknemer werd niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst na onregelmatige opzegging zonder misbruik van bevoegdheid.