ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3414
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking aanbod verblijfsvergunning wegens contra-indicatie schendt vertrouwensbeginsel
Eiser, van Iraakse nationaliteit, ontving op 11 november 2008 een aanbod voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet. Verweerder trok dit aanbod op 6 maart 2009 in wegens een contra-indicatie: eiser zou sinds 1 april 2001 geen ononderbroken verblijf in Nederland hebben gehad, wat volgens het beleid een reden is om de vergunning niet te verlenen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder met de aanbodbrief een ongeclausuleerde toezegging heeft gedaan en daarmee bij eiser gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat hem een verblijfsvergunning zou worden verleend. De intrekking van het aanbod bijna vier maanden later is onzorgvuldig en strijdig met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
Verder concludeert de rechtbank dat de identiteit van eiser ten tijde van het aanbod niet meer ter discussie stond en dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door het onderzoek naar contra-indicaties pas na het aanbod te verrichten. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot intrekking van het aanbod wordt vernietigd.