ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3481
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens overschrijding termijn tussen intentieverklaring en proces-verbaal
Verzoeker, van Somalische nationaliteit, meldde zich op 7 juni 2009 in Ter Apel met de intentie een asielverzoek in te dienen. Het proces-verbaal en de ondertekening van het asielverzoek vonden echter pas plaats op 11 september 2009, ruim drie maanden later. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Griekenland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van het verzoek.
Verzoeker stelde dat de termijn tussen de intentieverklaring en het proces-verbaal niet ‘zo kort mogelijk’ was gehouden, zoals vereist volgens artikel 4, tweede lid, van de Dublinverordening. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder niet heeft voldaan aan deze verplichting en verklaarde het beroep gegrond. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat uitspraak in de hoofdzaak werd gedaan. Tevens werden de proceskosten van € 874,00 aan verweerder opgelegd. Het oordeel over het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Griekenland werd achterwege gelaten vanwege het voorgaande.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.