ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3488
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens duurzame bescherming in land van eerder verblijf Togo
Eiser, afkomstig uit Rwanda, vluchtte vanwege politieke vervolging naar Togo waar hij als vluchteling werd erkend. Hij verzocht in Nederland om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij niet veilig is in Togo vanwege bedreigingen door Rwandese autoriteiten. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Togo geen bescherming geniet, mede omdat hij geen aangifte deed van de vermeende aanvallen en bedreigingen.
De rechtbank baseert zich op ambtsberichten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken waaruit blijkt dat eiser niet wordt gezocht door Rwandese autoriteiten en dat Togo hem bescherming kan bieden. Ook de door eiser overgelegde stukken zijn onvoldoende objectief en kunnen zijn vrees niet onderbouwen.
Op grond van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder i, van de Vreemdelingenwet 2000 wordt een aanvraag afgewezen indien de vreemdeling in een land van eerder verblijf duurzame bescherming kan krijgen. De rechtbank concludeert dat dit hier het geval is en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Togo niet veilig is en Togo duurzame bescherming biedt.