ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3712
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M. Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid vordering tot schorsing tenuitvoerlegging gevangenisstraf bij lopende RSJ-procedure
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken en een ontzegging van rijbevoegdheid. Hij verzocht om de straf te mogen ondergaan via elektronische detentie, maar de selectiefunctionaris van het Bureau Capaciteitbenutting en Logistiek (BCL) wees dit af. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), waar nog geen beslissing op is genomen.
Eiser vorderde in kort geding dat de tenuitvoerlegging van zijn gevangenisstraf geschorst wordt zolang niet op zijn gratieverzoek of het RSJ-beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de RSJ-procedure een voldoende waarborgen biedende rechtsgang is, waardoor geen plaats is voor ingrijpen door de voorzieningenrechter. Ook het gratieverzoek heeft geen opschortende werking en het is niet aannemelijk dat het zal worden toegewezen.
De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wordt daarom afgewezen. Tevens kan de voorzieningenrechter niet bepalen in welke vorm de straf wordt uitgevoerd. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot schorsing van de gevangenisstraf zolang de RSJ niet heeft beslist.