ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3716
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken minnelijke schuldregeling
Verzoekers hebben op 6 mei 2010 een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287, vierde lid, van de Faillissementswet, met als doel een geplande ontruiming van hun woning te voorkomen. Zij hadden eerder een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend, waarbij zij een schuldenlijst overlegden en verklaarden dat een buitengerechtelijke schuldregeling niet mogelijk was.
De rechtbank constateert dat verzoekers geen enkele poging hebben ondernomen om met hun schuldeisers tot een minnelijke regeling te komen, terwijl dit wettelijk vereist is. De schuldenlast kon niet worden vastgesteld vanwege het ontbreken van een boekhouding en het niet doen van belastingaangiftes sinds 2006. De rechtbank oordeelt dat deze onmogelijkheid aan verzoekers zelf te wijten is.
De belangenafweging tussen verzoekers en de schuldeiser die de ontruiming wenst, leidt tot het oordeel dat de belangen van de verhuurder zwaarder wegen. Er is geen misbruik van bevoegdheid vastgesteld. Daarom wordt het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Een beslissing over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling volgt separaat.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van tevergeefs pogingen tot minnelijke schuldregeling.