ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3923
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige in internationale kinderontvoeringszaak
In deze internationale kinderontvoeringszaak heeft de rechtbank vastgesteld dat de minderjarige, geboren en woonachtig in Polen, na een vakantie in Nederland niet is teruggekeerd naar Polen. De vader oefent het gezag uit over het kind en heeft via de Centrale Autoriteit een verzoek tot teruggeleiding ingediend op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag.
De rechtbank oordeelt dat de vasthouding van de minderjarige in Nederland ongeoorloofd is, maar dat het kind zich krachtig verzet tegen terugkeer naar Polen. De minderjarige heeft een zekere mate van rijpheid en is zich bewust van de situatie, waarbij zij de voorkeur geeft aan verblijf in Nederland met omgang met de vader.
De moeder heeft aangevoerd dat terugkeer een ernstig risico op gevaar voor het kind inhoudt, maar dit is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeert dat de uitzonderingen op teruggeleiding niet van toepassing zijn en wijst het verzoek tot teruggeleiding af op grond van artikel 13 lid 2 van Pro het Verdrag. Tevens worden afspraken gemaakt over omgang en worden de proceskosten ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar Polen wordt afgewezen vanwege het verzet van het kind.