ECLI:NL:RBSGR:2010:BM4015
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer rechtbank Den Haag
Verzoeker diende een mondeling wrakingsverzoek in tegen de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag, stellende dat de rechtbank de schijn van vooringenomenheid wekte door het afwijzen van verzoeken tot het horen van twee getuigen. De verdediging stelde dat hierdoor haar belangen werden geschaad omdat zij niet in de gelegenheid was gesteld de getuigen te ondervragen.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek slechts betrekking had op een procedurele beslissing, welke op zichzelf geen wrakingsgrond vormt. De kamer benadrukte dat zij niet vooruitliep op de inhoud van de verklaringen, maar op grond van artikel 288 Sv Pro terecht afzag van het oproepen van de getuigen, omdat hun verklaringen geen relevante toevoeging konden leveren aan de zaak.
De rechtbank stelde vast dat de getuigen niet aanwezig waren tijdens het delict en dat de verdediging niet kon aangeven welke vragen zij aan een van de getuigen wilde stellen. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het verzoek af. De hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet.