ECLI:NL:RBSGR:2010:BM4300
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling geloofwaardigheid en zwaarwegendheid
Eiser, een Iraakse nationaliteit, vroeg asiel aan vanwege vrees voor vervolging door een aan Al Qaeda gelieerde groepering na een aanslag op zijn werkgever, een hulporganisatie met Amerikaanse steun. Na de aanslag stopte hij met zijn werkzaamheden en dook onder, maar bleef vrezen voor vervolging.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk zou hebben gemaakt dat hij vervolging te vrezen had, mede omdat hij was gestopt met zijn werkzaamheden en zijn familie niet was getroffen. De rechtbank oordeelt dat verweerder het beleid omtrent de beoordeling van geloofwaardigheid en zwaarwegendheid niet juist heeft toegepast, aangezien de vrees voor vervolging deel uitmaakt van het asielrelaas en dus onder geloofwaardigheid valt.
De rechtbank stelt vast dat eiser zijn vrees voor vervolging ondanks het stoppen met werkzaamheden heeft verduidelijkt en dat deze vermoedens niet in strijd zijn met het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken. Het besluit is onvoldoende gemotiveerd en in strijd met artikel 3:46 Awb Pro. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.