ECLI:NL:RBSGR:2010:BM4458
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen overplaatsing groepsbegeleiders bij zorginstelling wegens redelijkheid en billijkheid
De zaak betreft een geschil tussen drie groepsbegeleiders en hun werkgever, Stichting Ipse De Bruggen (IdB), over een voorgenomen en later definitieve overplaatsing naar andere teams binnen de zorginstelling. De groepsbegeleiders waren jarenlang gezamenlijk werkzaam in het team van woning 1, waar zij zorg boden aan bewoners met een verstandelijke beperking. Na signalen van problemen in de teamsamenwerking en meerdere pogingen tot verbetering, waaronder trainingen en teamanalyses, besloot IdB tot ontmanteling van het team en overplaatsing van de groepsbegeleiders naar andere woningen.
De groepsbegeleiders stelden dat er geen rechtvaardiging was voor de overplaatsing, dat er geen regelgeving bestond binnen IdB omtrent overplaatsing, en dat de overplaatsing onrechtmatig was en in strijd met goed werkgeverschap. Zij vorderden een verbod op hun overplaatsing. IdB voerde verweer en stelde dat de overplaatsing een redelijke maatregel was in het kader van personeelsbeleid en kwaliteitsverbetering van de zorg.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomsten geen recht gaven op plaatsing binnen een specifiek team en dat overplaatsing een toelaatbaar instrument is van personeelsbeleid. IdB had voldoende zorgvuldigheid betracht, had meerdere pogingen gedaan om het teamfunctioneren te verbeteren, en had gegronde redenen voor de overplaatsing. De negatieve houding van de groepsbegeleiders en het afwijzen van mediation maakten overleg over de invulling van de overplaatsing onmogelijk. De rechter concludeerde dat er geen sprake was van onrechtmatig handelen of strijd met goed werkgeverschap en wees de vordering af.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verbod op overplaatsing af en bevestigt dat de werkgever in redelijkheid tot overplaatsing kon besluiten.