ECLI:NL:RBSGR:2010:BM5269
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige naar Duitsland wegens ongeoorloofde vasthouding in Nederland
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige die door de vader in Nederland werd vastgehouden zonder toestemming van de moeder, die in Duitsland woont. De vader en moeder hadden hun gewone verblijfplaats in Duitsland en het kind was in Brazilië geboren. De moeder had geen toestemming gegeven voor het langer verblijf van het kind in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de vasthouding van het kind in Nederland ongeoorloofd was volgens artikel 3 van Pro het Haagse Verdrag. De vader voerde aan dat terugkeer een ernstig risico voor het kind zou vormen vanwege de psychische toestand van de moeder en een mogelijk vertrek naar Brazilië, maar de rechtbank vond dit niet aannemelijk. De moeder had inmiddels een woning en uitkering in Duitsland en volgde een inburgeringscursus.
De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgrond van artikel 13 van Pro het Haagse Verdrag van toepassing was en gelastte de terugkeer van het kind naar Duitsland op 1 juli 2010, met afgifte aan de moeder. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en er kan binnen twee weken hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarige naar Duitsland en beveelt afgifte aan de moeder op 1 juli 2010.