ECLI:NL:RBSGR:2010:BM5568
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvanger maakt inlening personeel niet aannemelijk; aansprakelijkstelling vernietigd
Eiseres, een schoonmaakbedrijf, werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loon- en omzetbelasting van onderaannemer [B] over 2002-2004. Verweerder stelde dat sprake was van inlening van personeel volgens artikel 34 Invorderingswet Pro 1990. De rechtbank onderzocht de contractuele en feitelijke verhouding tussen eiseres en [B].
De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat eiseres personeel van [B] onder haar leiding of toezicht had, noch dat sprake was van inlening. De overeenkomsten wezen op aanneming van werk, met garanties en vaste prijsafspraken, en de instructies van eiseres waren beperkt tot wat gebruikelijk is tussen opdrachtgever en aannemer. Verweerder kon niet overtuigend aantonen dat de werknemers van [B] gebruik maakten van door eiseres ter beschikking gestelde materialen of dat de prijsstelling wezenlijk duidde op inlening.
Daarom oordeelde de rechtbank dat geen sprake was van inlening in de zin van de wet, waardoor de aansprakelijkstelling voor loon- en omzetbelasting moest worden vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het vonnis werd uitgesproken op 28 april 2010 en partijen werd de mogelijkheid tot hoger beroep gegeven.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aansprakelijkstelling wegens onvoldoende bewijs van inlening en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.