ECLI:NL:RBSGR:2010:BM5676
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onmiddellijke invrijheidstelling wegens tenuitvoerlegging vervangende hechtenis schadevergoedingsmaatregel
Eiser is bij strafrechtelijke uitspraak veroordeeld tot een gevangenisstraf en een schadevergoedingsmaatregel van €172.998,27, te vervangen door 344 dagen hechtenis bij niet-betaling. Het CJIB heeft de executie van deze maatregel overgedragen aan een deurwaarderskantoor, waarna een betalingsregeling van €300 per maand werd getroffen. Na een tijdelijke verlaging van de betaling tot €100 per maand tot 15 december 2008, is geen definitieve regeling meer overeengekomen.
Het CJIB heeft na het uitblijven van verdere betalingen een arrestatiebevel uitgevaardigd en eiser is aangehouden voor vervangende hechtenis. Eiser vordert onmiddellijke invrijheidstelling en herstel van de oorspronkelijke betalingsregeling, stellende dat deze nog steeds van kracht is en dat de hechtenis geen doel dient. De rechtbank overweegt dat de betalingsregeling vanaf 15 december 2008 niet meer van kracht is en dat het CJIB de vervangende hechtenis terecht uitvoert.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat vervangende hechtenis naast de betalingsverplichting blijft bestaan en dat het CJIB ruime beleidsvrijheid heeft bij de executie van schadevergoedingsmaatregelen.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen omdat de betalingsregeling niet meer van kracht is en de vervangende hechtenis rechtmatig wordt uitgevoerd.