ECLI:NL:RBSGR:2010:BM6116
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering en strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
Eisers, een broer en zus, dienden zelfstandige asielaanvragen in die door verweerder werden afgewezen. De afwijzing was mede gebaseerd op het ongeloofwaardige asielrelaas van de broer van eiser, dat in een eerdere uitspraak door de rechtbank was vastgesteld. Eisers stelden dat zij geen toegang hadden tot het dossier van die broer en dat verweerder onvoldoende inzicht gaf in de motivering waarom hun eigen relaas ongeloofwaardig werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet volstond met de verwijzing naar het relaas van de broer en dat het zorgvuldigheidsbeginsel en het fair play-beginsel waren geschonden. Verweerder had de stukken die hij had geraadpleegd moeten overleggen of een zelfstandige motivering moeten geven. Daarnaast was het asielrelaas van eiser deels gebaseerd op het relaas van zijn broer, maar dit was onvoldoende onderbouwd en deels ongeloofwaardig bevonden.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eisers. De overige beroepsgronden behoefden geen bespreking meer. De zaak betrof ook de beoordeling van de situatie van de Yezidi-minderheid en de toepassing van de subsidiaire beschermingsstatus, maar verweerder had dit terecht niet toegekend vanwege het ontbreken van voldoende bewijs en geloofwaardigheid.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en veroordeelt verweerder in de proceskosten wegens onvoldoende motivering en strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.