ECLI:NL:RBSGR:2010:BM6943
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen aanslag schenkingsrecht aan onbekende niet-ontvankelijk verklaard
Verweerder legde een aanslag schenkingsrecht op aan een onbekende, met de tenaamstelling 'De heer/Mw. ONBEKENDE'. Opposante, als enig erfgenaam van de schenker, maakte bezwaar tegen deze aanslag. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat opposante niet de belanghebbende was aan wie de aanslag was opgelegd.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring en verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. Opposante deed hiertegen verzet, stellende dat zij wel belanghebbende was vanwege haar erfgenaamstatus en financiële aansprakelijkheid op grond van de Invorderingswet 1990.
De rechtbank oordeelde dat hoewel opposante een rechtstreeks financieel belang heeft, de wetgever met artikel 26a AWR expliciet beperkingen stelt aan wie bezwaar en beroep kan instellen tegen belastingaanslagen. Dit betekent dat opposante geen recht heeft op bezwaar tegen de aanslag aan een onbekende.
Verder wees de rechtbank de bezwaren van opposante af dat haar rechten op grond van het EVRM en het Eerste Protocol werden geschonden, en dat het fairplaybeginsel of het verbod op machtsmisbruik werd overtreden. Ook de stelling dat opposante als zaakwaarnemer handelde, werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond en kende geen proceskostenvergoeding toe.
Uitkomst: Het verzet van de erfgenaam tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar tegen de aanslag schenkingsrecht aan een onbekende wordt ongegrond verklaard.