ECLI:NL:RBSGR:2010:BM7247
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende middelen van bestaan
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf, welke door verweerder is afgewezen wegens onvoldoende middelen van bestaan en vrees voor niet tijdige terugkeer. Eiser voerde aan dat het normbedrag van € 34 per dag onredelijk is en dat de middelen van zijn Nederlandse echtgenote en garantsteller betrokken moesten worden bij de beoordeling.
De rechtbank oordeelt dat het normbedrag van € 34 per dag, inclusief verblijfskosten bij een bekende, niet onredelijk is en dat eiser niet heeft geconcretiseerd welk lager bedrag passend zou zijn. Hoewel eiser en zijn echtgenote in gemeenschap van goederen zijn gehuwd en eiser toegang heeft tot haar bankrekening, heeft hij geen financiële stukken overgelegd die haar middelen aantonen. Het is aan eiser om deze middelen te bewijzen.
Voorts is niet aangetoond welk deel van de WAO-uitkering en het loon van de garantsteller ten goede van eiser kan komen. Het inkomen van de garantsteller is te laag om als voldoende garant te gelden. Gezien het ontbreken van voldoende middelen heeft verweerder terecht het visum geweigerd. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aantoonbare middelen van bestaan voor visum kort verblijf.