ECLI:NL:RBSGR:2010:BM7529
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenkamer wijst beroep toe wegens reëel risico vervolging bekeerde christen in Iran
Eiser, een Iraanse nationaliteit, diende in februari 2009 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvraag in september 2009 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas en het niet tijdig melden na binnenkomst in Nederland.
Eiser stelde dat hij zich verschoonbaar te laat had gemeld vanwege angst en trauma's, en dat hij als bekeerde christen in Iran een reëel risico loopt op vervolging en mishandeling. De rechtbank overwoog dat verweerder terecht het late melden en de ongeloofwaardigheid van bepaalde feiten in het relaas had vastgesteld, maar dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het reële risico van schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer niet aannemelijk zou zijn.
Op basis van ambtsberichten en eerdere jurisprudentie concludeerde de rechtbank dat bekeerde christenen in Iran daadwerkelijk risico lopen op arrestatie, detentie en geweld, ook indien zij hun geloof niet actief verkondigen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten. Verweerder dient binnen twaalf weken opnieuw te beslissen, rekening houdend met de overwegingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het reële risico op schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Iran.