ECLI:NL:RBSGR:2010:BM7547
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging pardonregeling en contra-indicatie openbare orde bij vergunningverlening
Eiser maakte bezwaar tegen het niet doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet, omdat hij veroordeeld was tot een taakstraf maar cassatie had ingesteld. Verweerder stelde dat de opgelegde straf een contra-indicatie vormt voor vergunningverlening en dat het feit dat het vonnis nog niet onherroepelijk is, geen bijzondere omstandigheid is die toepassing van artikel 4:84 Awb Pro rechtvaardigt.
De rechtbank overwoog dat de Regeling een beperkte geldigheidsduur kent en gericht is op het snel afwikkelen van de nalatenschap van de oude Vreemdelingenwet. De mogelijkheid dat eiser alsnog vrijgesproken kan worden of een lagere straf krijgt, was bij de totstandkoming en beëindiging van de Regeling betrokken. Ook het feit dat de officier van justitie ontslag van rechtsvervolging had gevorderd, vormt geen bijzondere omstandigheid.
De rechtbank oordeelde dat de Regeling en de beëindiging daarvan niet kennelijk onredelijk zijn. Eiser kan bij een toekomstig vonnis dat niet aan de contra-indicatie voldoet een verzoek indienen om terug te komen op het besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet doen van een aanbod op grond van de Regeling wordt ongegrond verklaard.