ECLI:NL:RBSGR:2010:BM8005
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Vrijheidsbeneming voorafgaand aan overdracht aan vreemdelingenpolitie niet onrechtmatig
Eiser was op 6 januari 2010 in voorlopige hechtenis, welke door de rechtbank werd opgeheven met onmiddellijke invrijheidstelling. Het bevel tot opheffing werd op 7 januari 2010 aan eiser uitgereikt. Omdat eiser vreemdeling was, werd hij na administratieve handelingen overgedragen aan de vreemdelingenpolitie op 7 januari 2010 om 13.20 uur.
Eiser stelde dat de vrijheidsbeneming op 7 januari onrechtmatig was omdat de overdracht te lang duurde en de Staat niet handelde volgens de Aanwijzing onmiddellijke invrijheidstelling 2006. De Staat voerde aan dat het bevel rechtsgeldig was en de overdracht binnen redelijke termijn plaatsvond, mede gezien de weersomstandigheden en noodzakelijke administratieve handelingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bevel tot opheffing van voorlopige hechtenis op 6 januari 2010 rechtsgeldig was en dat de overdracht aan de vreemdelingenpolitie onverwijld plaatsvond. Het tijdsverloop van enkele uren was niet onrechtmatig gelet op de omstandigheden en de toepasselijke regelgeving. De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verklaring van onrechtmatige vrijheidsbeneming op 7 januari 2010 is afgewezen.