ECLI:NL:RBSGR:2010:BM8087
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Gorter
- A.E. Veldhoen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten ongewenstverklaring en weigering verblijfsvergunning wegens schending artikel 8 EVRM
Betrokkene, van Marokkaanse nationaliteit, werd ongewenst verklaard en kreeg de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd geweigerd. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het belang van betrokkene, gelet op zijn langdurige verblijf en sterke familiebanden in Nederland, niet zwaarder weegt dan het belang van een restrictief toelatingsbeleid.
De strafrechtelijke feiten waarop de ongewenstverklaring is gebaseerd, betreffen delicten gepleegd door betrokkene op jonge leeftijd, waaronder jeugddetentie. De rechtbank erkent dat betrokkene destijds nog minderjarig was en dat hij afhankelijk was van zijn familie. Tevens is vastgesteld dat betrokkene sinds 1997 onafgebroken in Nederland verbleef en sterke banden heeft met zijn oom en tante, die een stabiele woonplek vormen.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het EHRM en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen die benadrukken dat het recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro een zorgvuldige belangenafweging vereist. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten wegens schending van de motiverings- en zorgvuldigheidsverplichtingen en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Daarnaast wordt een voorlopige voorziening getroffen waardoor de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring worden opgeschort tot vier weken na het nieuwe besluit op bezwaar.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot ongewenstverklaring en weigering verblijfsvergunning wegens schending van artikel 8 EVRM en draagt op tot nieuw besluit binnen zes weken.