ECLI:NL:RBSGR:2010:BM8101
Rechtbank 's-Gravenhage
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank bij verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring voorlopige voorziening
Opposante heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend dat door de rechtbank niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposante verzet ingesteld.
De rechtbank overweegt dat artikel 8:55, eerste lid, van de Awb, noch enig ander wettelijk voorschrift, de mogelijkheid biedt om verzet in te stellen tegen een niet-ontvankelijkverklaring van een verzoek om een voorlopige voorziening. De rechtbank is derhalve onbevoegd om van het verzet kennis te nemen.
Hoewel onder de uitspraak van 26 januari 2010 per abuis een onjuiste rechtsmiddelenverwijzing was opgenomen die het verzet als rechtsmiddel vermeldde, verandert dit niets aan de onbevoegdheid van de rechtbank. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om van het verzet kennis te nemen en wijst het verzet af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het verzet kennis te nemen en wijst het verzet af.