ECLI:NL:RBSGR:2010:BM8101

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
3 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
Awb 09 / 35454
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid rechtbank bij verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring voorlopige voorziening

Opposante heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend dat door de rechtbank niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposante verzet ingesteld.

De rechtbank overweegt dat artikel 8:55, eerste lid, van de Awb, noch enig ander wettelijk voorschrift, de mogelijkheid biedt om verzet in te stellen tegen een niet-ontvankelijkverklaring van een verzoek om een voorlopige voorziening. De rechtbank is derhalve onbevoegd om van het verzet kennis te nemen.

Hoewel onder de uitspraak van 26 januari 2010 per abuis een onjuiste rechtsmiddelenverwijzing was opgenomen die het verzet als rechtsmiddel vermeldde, verandert dit niets aan de onbevoegdheid van de rechtbank. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om van het verzet kennis te nemen en wijst het verzet af.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het verzet kennis te nemen en wijst het verzet af.

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE
Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch
Sector bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 09/35454 VERZET
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 mei 2010
op het verzet van
[eiseres],
geboren op [geboortedatum] 1975,
nationaliteit Ghanese,
verblijvende te Amsterdam,
opposante,
gemachtigde mr. J. Jager,
tegen de uitspraak van de rechtbank van 26 januari 2010.
Procesverloop
Bij uitspraak van 26 januari 2010 heeft de rechtbank, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het op 30 september 2009 namens opposante ingediende verzoek om een voorlopige voorziening, niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingediend bij verzetschrift van 4 februari 2010, ter griffie ontvangen op diezelfde datum. Op 8 februari 2010 heeft de rechtbank aanvullende stukken van opposante ontvangen.
Overwegingen
1. Aan de orde is het verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 26 januari 2010.
2. In deze uitspraak heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, het verzoek van opposante om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Onder de uitspraak is per abuis opgenomen dat tegen de uitspraak het rechtsmiddel verzet openstaat.
3. De rechtbank overweegt dat artikel 8:55, eerste lid, van de Awb noch enig ander wettelijk voorschrift de mogelijkheid opent om verzet bij de rechtbank te doen tegen de
niet-ontvankelijkheidverklaring van een verzoek om een voorlopige voorziening.
4. Gelet op het voorgaande is de rechtbank onbevoegd om van het verzet kennis te nemen. De omstandigheid dat onder de uitspraak van de rechtbank van 26 januari 2010 per abuis een onjuiste rechtsmiddelenverwijzing is opgenomen, doet niet af aan de onbevoegdheid van de rechtbank.
Beslissing
De rechtbank,
verklaart zich onbevoegd om van het verzet kennis te nemen.
Aldus gedaan door mr. D.J. de Lange, rechter, in tegenwoordigheid van M.J.A. van Bree als griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2010.