ECLI:NL:RBSGR:2010:BM8109
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen en dwangsom bij medische verblijfsvergunning HIV-patiënt
Eiseres, een Nigeriaanse HIV-patiënte, had bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder over haar verblijfsvergunning. Verweerder had het eerdere besluit ingetrokken en de bezwaarfase was daardoor heropend. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond was omdat de beslistermijn was overschreden en dat het niet redelijk was van eiseres te verlangen dat zij verweerder in gebreke stelde.
De rechtbank paste artikel 8:55d, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toe en bepaalde een termijn van zes weken waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Dit vanwege de bijzondere omstandigheden dat nader medisch advies nodig is en de situatie meerdere vreemdelingen raakt, specifiek de vraag naar therapiemogelijkheden voor HIV-patiënten in Nigeria.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €150 en de proceskosten van €322, vastgesteld volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank motiveerde de kostenvergoeding mede doordat verweerder het bestreden besluit had ingetrokken tijdens het beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van zes weken op voor besluitvorming en legt een dwangsom bij overschrijding, met vergoeding van proceskosten en griffierecht.