ECLI:NL:RBSGR:2010:BM8575
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H.J.G. Brekelmans
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling van ongedocumenteerde Chinese vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep van een ongedocumenteerde Chinese vreemdeling die op 2 juni 2010 in bewaring werd gesteld door de Minister van Justitie. De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van deze inbewaringstelling, gelet op het ontbreken van zicht op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat het verstrekken van slechts enkele laissez-passer (lp) onvoldoende is om aannemelijk te maken dat uitzetting mogelijk is. Hoewel de Chinese autoriteiten toezeggingen hadden gedaan voor het verstrekken van lp's, was dit volgens de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat zicht op uitzetting bestond.
De rechtbank oordeelt dat de inbewaringstelling onrechtmatig was en dat de bewaring niet rechtmatig heeft voortgeduurd tot de opheffing ervan op 7 juni 2010. Daarom kent de rechtbank een schadevergoeding toe van €450,- aan eiser en veroordeelt de Staat in de proceskosten van €874,- voor de rechtsbijstand. De betaling van deze bedragen zal via de griffier van de rechtbank verlopen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inbewaringstelling onrechtmatig was en kent een schadevergoeding toe van €450,- plus proceskosten van €874,-.