ECLI:NL:RBSGR:2010:BM9244
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vrijheidsontnemende maatregel en tolkbijstand bij presentatie vreemdeling
Eiser is op 9 januari 2010 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na eerdere ongegrondverklaringen van beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel, stelde eiser opnieuw beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en vorderde opheffing en schadevergoeding.
De rechtbank behandelde het beroep en overwoog dat de zorgvuldigheid van verweerder niet vereist dat bij elke presentatie van een vreemdeling aan de autoriteiten van het land van herkomst een tolk aanwezig moet zijn, zeker niet indien de medewerkers van de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) de gesproken taal niet verstaan. Het rapport van de Nationale ombudsman over tolkgebruik bij uitgeprocedeerde asielzoekers was niet van toepassing op eiser, die geen uitgeprocedeerde asielzoeker was.
Verder stelde eiser dat hij uit Palestina kwam, maar dit werd niet onderbouwd en de Palestijnse autoriteiten ontkenden dit. Ook was er geen sprake van een beroep op het buiten-schuldbeleid of gevaar bij uitzetting naar Marokko. De rechtbank oordeelde dat de voortzetting van de maatregel gerechtvaardigd was, mede omdat de lp-aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten in onderzoek was genomen en de maatregel nog geen zes maanden duurde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.