ECLI:NL:RBSGR:2010:BM9825
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet niet-ontvankelijk wegens ontbreken minnelijk traject
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen op grond van artikel 287b Faillissementswet, waarbij een verbod tot ontruiming van zijn woning werd gevraagd. Tevens verzocht hij om toelating tot de wettelijke schuldsanering.
De rechtbank overweegt dat artikel 287b Fw bedoeld is om een adempauze te creëren, zodat de schuldenaar het minnelijk traject kan voortzetten om met schuldeisers tot een regeling te komen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het minnelijk traject reeds moet zijn gestart om artikel 287b Fw van toepassing te kunnen verklaren.
In deze zaak is het minnelijk traject nog niet opgestart, zoals blijkt uit een brief van de Stadsbank Leiden. De rechtbank oordeelt dat verzoeker eerst een begin moet maken met het minnelijk traject door een volledige inventarisatie van schulden te maken en een voorstel tot buitengerechtelijke schuldregeling aan schuldeisers aan te bieden. Omdat deze stappen nog niet zijn gezet, verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk.
De rechtbank wijst erop dat het risico dat een ontruiming het minnelijk traject bemoeilijkt voor rekening van verzoeker komt. Over het verzoek tot toelating tot wettelijke schuldsanering zal separaat worden beslist en de datum daarvan schriftelijk worden medegedeeld.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wegens het ontbreken van een gestart minnelijk traject.