ECLI:NL:RBSGR:2010:BN0658
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.R. van der Graaf
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijke opzegging arbeidsovereenkomst met toekenning schadevergoeding
De zaak betreft de opzegging van de arbeidsovereenkomst van [eiser], die sinds 1980 bij het Bedrijfschap [Y.] werkte en vanaf 2001 secretaris was van de Commissie [Y.]. Na de overgang van het Bedrijfschap naar het hoofdbedrijfschap ontstond een verstoorde arbeidsrelatie, mede door conflicten over hiërarchie en werkafspraken.
Het hoofdbedrijfschap heeft meerdere ontbindingsverzoeken ingediend die werden afgewezen. [eiser] werd geschorst en hervatte zijn werkzaamheden niet na een rechterlijk bevel tot wedertewerkstelling. Het hoofdbedrijfschap zegde de arbeidsovereenkomst op wegens een verstoorde arbeidsrelatie, maar zonder vergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat de verstoorde arbeidsrelatie voldoende is vastgesteld, mede door de processtukken en correspondentie. Zowel het hoofdbedrijfschap als [eiser] droegen bij aan de verstoring, maar het hoofdbedrijfschap heeft onredelijk gehandeld door eenzijdige werkafspraken en het niet aanbieden van een redelijke vergoeding.
Daarom is de opzegging kennelijk onredelijk en wordt een schadevergoeding van €200.000 bruto toegekend, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 oktober 2008. Tevens worden proceskosten en incassokosten toegewezen aan [eiser].
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst is kennelijk onredelijk en er wordt een schadevergoeding van €200.000 bruto toegekend.