ECLI:NL:RBSGR:2010:BN1219
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opschorting tenuitvoerlegging gevangenisstraf ondanks klacht bij EHRM over getuigenverhoor
De eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens seksueel misbruik van zijn minderjarige dochter. Hij heeft een klacht ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) over de schending van zijn recht om getuigen te ondervragen, zoals vastgelegd in artikel 6 EVRM Pro. De eiser verzocht de Staat om opschorting van de tenuitvoerlegging van zijn straf totdat het EHRM zijn klacht heeft behandeld.
De rechtbank overweegt dat een onherroepelijk vonnis in principe ten uitvoer moet worden gelegd en dat een uitzondering alleen kan worden gemaakt indien een uitspraak van het EHRM dwingend aantoont dat fundamentele mensenrechten zijn geschonden. De rechtbank oordeelt dat de door eiser aangevoerde uitspraak van het EHRM in de zaak W./Finland niet nieuw is en reeds door de Hoge Raad is meegewogen. Bovendien is de strafzaak van eiser niet vergelijkbaar met die zaak, zodat niet kan worden aangenomen dat zijn fundamentele rechten zijn geschonden.
De rechtbank concludeert dat de Staat niet onrechtmatig handelt door de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voort te zetten. De vordering van eiser wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter R.J. Paris op 2 juli 2010.
Uitkomst: Verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf wordt afgewezen.