ECLI:NL:RBSGR:2010:BN1331
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voogdij aan Bureau Jeugdzorg wegens ontbreken beginseltoestemming adoptie
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om Bureau Jeugdzorg Haaglanden voorlopige voogdij te geven over een minderjarige adoptiekind. De minderjarige is in Ghana geboren en geadopteerd door Duitse aspirant-adoptiefouders. De adoptie werd in Ghana uitgesproken, maar er is geen beginseltoestemming verleend voor opname van het kind in Nederland zoals vereist volgens artikel 2 van Pro de Wet Opneming Buitenlandse Kinderen ter Adoptie (Wobka).
De aspirant-adoptiefouders voerden verweer en benadrukten de goede ontwikkeling van het kind in hun gezin en de lopende erkenningsprocedure in Duitsland. De rechtbank stelde vast dat de verblijfsstatus van het kind onduidelijk is en dat de Nederlandse rechter bevoegd is om te beslissen. De kinderrechter oordeelde dat het belang van het kind zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek en dat Bureau Jeugdzorg met de voorlopige voogdij moet worden belast.
De voorlopige voogdij is noodzakelijk om onder meer een burgerservicenummer te verkrijgen en andere praktische zaken te regelen. De beslissing is voorlopig en staat los van de definitieve voogdijvraag, die nader zal worden onderzocht. De rechtbank bepaalde een termijn van 12 weken voor de voorlopige voogdij en stelde de bevoegdheden van Bureau Jeugdzorg vast, met uitzondering van uithuisplaatsing zonder rechterlijke machtiging.
Uitkomst: Bureau Jeugdzorg wordt belast met de voorlopige voogdij over de minderjarige voor een termijn van 12 weken.